CSI Roncalli
CSI Roncalli: crimefighters proeven de toekomst

BERGEN OP ZOOM – Je leert voor de toekomst. Maar scheikunde, natuurkunde, biologie en wiskunde zijn zo saai dat die toekomst oneindig ver weg lijkt. Tenzij je NatuurPLUS volgt op Roncalli: dan kan het ineens gebeuren dat je een moord moet oplossen en ontdekt dat die praktijk de moeite van het leren meer dan waard is. CSI Roncalli is beter dan Netflix!


Ze ligt op de vloer met naast haar het “moordwapen”. Gelukkig is onderwijsassistent Suzanne Hamoen niet echt dood. Ze speelt slechts het slachtoffer voor CSI Roncalli. “Ik kwam erachter dat een collega fraudeerde met examens, en dat is me dus fataal geworden”, legt ze uit. De leerlingen die deelnemen aan het project weten dat allemaal niet. Zij zien slechts een slachtoffer, bloed, een moordwapen en andere aanwijzingen. Die moeten ze samenvoegen in de hoop dat ze de dader kunnen vinden.


Scheikunde docent Melanie Lips vertelt waarom Roncalli dit project aanbiedt aan leerlingen: “Op deze manier willen we de leerlingen laten zien wat ze kunnen doen met wat er in zo’n “saai” lesboek staat. Ze zien hoe de theorie van deze vakken er in de praktijk uitziet, als het ware laten we ze in de toekomst kijken.    

We kiezen voor CSI, omdat iedereen kijkt naar series als CSI: New York en Breaking Bad. Ze spelen nu zelf de hoofdrol en leren meteen wat de overeenkomsten en verschillen tussen tv en realiteit zijn. Voor de realiteit zijn Lotte van Leeuwen en Steffi Campesi, beiden student Forensisch Laboratoriumonderzoek aan de Avans Hogeschool, uitgenodigd. Gehuld in beschermende kleding helpen zij de Roncalli-leerlingen op weg in de wereld van het sporenonderzoek op een plaats delict. Ze vertellen hoe goed je alles in je op moet nemen, hoe je alles moet documenteren en fotograferen, hoe looplijnen je helpen om geen sporen te vernietigen en niks over het hoofd te zien en waarom die beschermende kleding zo hard nodig is. Ook zij verwijzen nog even  naar series als CSI: “In het echt duurt een onderzoek véél langer”, zeggen ze fijntjes.




Sanne Houdijk (13) is het daar wel mee eens. “Op tv zie je alleen de actie”, zegt ze, terwijl ze met grote precisie enkele zandkorreltjes opraapt van de vloer en ze in een plastic zakje stopt: bewijsstuk A. Er zijn meer sporen: haren op de werkbank van het scheikundelokaal, een gebruikt koffiekopje en een handgeschreven dreigbrief aan het slachtoffer. Als alle sporen zijn verzameld, vertrekt de groep naar een ander scheikundelokaal, verderop in de gang. Daar worden de sporen onderzocht. Vingerafdrukken worden veiliggesteld en vergeleken met bestanden, net als de gevonden haren. Terwijl ze gespannen door een microscoop turen, denken Jaap van Oudheusden (14) en Senne de Crom (15) dat ze wel weten wie de dader is: “Ik denk dat het mevrouw Kisters is. Haar haarkleur en –lengte kloppen met wat we gevonden hebben.”


Jaap en Senne vinden de CSI-ochtend erg leuk. “De tijd vliegt voorbij!” zegt Senne. Zelf wil ze heel graag rechercheur worden, al twijfelt ze of haar concentratievermogen daarvoor voldoende is. Met de wijze waarop ze haar sporen onderzoekt verrast ze zichzelf: “Ik heb zelf het moordwapen gevonden, al was dat wel een beetje obvious!” Jaap wil later liever de biomedische kant op maar ziet wel overeenkomsten: “Nu speuren we naar een dader, later speur ik dan naar ziektes en behandelingen daarvoor. Het onderzoeken vind ik ook het leukste. Op de plaats delict stond iedereen maar een beetje hulpeloos te kijken, maar hier weten we wat we moeten doen.” Voor leerlingen die de misdaad wisten op te lossen was er een leuke prijs. In dit verhaal leeft iedereen – slachtoffer en moordenaar inbegrepen – nog lang en gelukkig.



 
Zoeken